Professionals

Mail uw kennis door!

Behandeling eetstoornissen bij jonge kinderen

> Algemeen
> Behandeling
> Behandeling van kinderen in de voorschoolse leeftijd
       >pedagogische problemen
       >extreem selectieve eters
       >eetstoornissen als gevolg van een lichamelijke ziekte
       >pathologische voedselweigering
>Behandeling van kinderen op basisschoolleeftijd
       >selectieve en restrictieve eters
       >kinderen met emotioneel bepaalde eetproblemen
       >kinderen met een compleet of atypisch beeld van anorexia nervosa
> Specifieke situaties
       >behandeling jonge kinderen met een eetstoornis en een autisme spectrumstoornis
       >pathologisch ouderschap: Pediatric Condition Falsification
       >kinderen van moeders met een eetstoornis
> Protocollaire psychologische behandelvormen
> Literatuur


Algemeen

Ouders spelen bij de behandeling van kinderen met een eetstoornis een cruciale rol. Een eerste vereiste is om ouders informatie te verstrekken over de inhoud van de behandeling, de behandelmogelijkheden en de behandelduur. Daarnaast is het van belang om als behandelaar oog te hebben voor de invloed die een eetstoornis bij het kind op de psychische gesteldheid van het kind én de ouders heeft. Het adequaat begeleiden van ouders is van groot belang, ook als er sprake is van een lichamelijke oorzaak van de eetstoornis. Soms zijn ouders alleen nog bezig met zorgen dat hun kind eet. De maaltijd is in plaats van veiligheid en hechting, in plaats van een uitdrukking van contact en verbondenheid, een bron van spanning, frustratie, stress en verzet geworden voor zowel ouders als kind. Dit kan ertoe leiden dat de hechtingsrelatie van ouder en kind onder druk komt te staan en niet goed verloopt. Het ruimte bieden om deze problemen te benoemen en te bespreken, is essentieel omdat het ouders kan belemmeren in het uitvoeren van hun ouderrol. Erkenning van een behandelaar dat het voor ouders heel zwaar is dat hun kind niet eet, kan voor ouders veel betekenen.

Naar boven

Behandeling

Bij kinderen die op (zeer) jonge leeftijd ernstige problemen met eten hebben ontwikkeld, is vrijwel altijd sprake van meervoudige problematiek. Vanwege de multiproblematiek vraagt de behandeling van eetstoornissen bij (zeer) jonge kinderen om een multidisciplinaire aanpak. Betrokken disciplines zijn afhankelijk van de specifieke eetproblemen van het kind. Het gaat onder andere om de volgende disciplines: kinderartsen (verschillende specialismen), logopedisten, diëtisten, KNO artsen, (ortho)pedagogen, psychologen, (kinder)psychiaters. Bij de behandeling van eetstoornissen bij (zeer) jonge kinderen dient aandacht te zijn voor (mogelijke) lichamelijke oorzaken en gevolgen van de eetstoornis, voor emotionele en gedragsmatige oorzaken van de eetstoornis en voor omgevingsfactoren die een rol kunnen spelen in de ontwikkeling, bevordering, afremming of instandhouding van de eetproblematiek. Regelmatig is een combinatie van behandelingen aangewezen.

In navolging op de structuur binnen de beschrijving van het klinisch beeld, wordt de behandeling van eetstoornissen bij kinderen in de voorschoolse leeftijd  ingedeeld naar type eetprobleem (Kindermann & Kneepkens, 2010):
1. Pedagogische problemen
2. Extreem selectieve eters
3. Eetstoornissen als gevolg van lichamelijke ziekte
4. Pathologische voedselweigering

Voor kinderen in de basisschoolleeftijd wordt de volgende indeling aangehouden (GOS):


1. Selectieve eters consumeren slechts enkele producten. De stoornis heeft niet zozeer invloed op de ontwikkelen, maar wel op het sociaal functioneren van de kinderen.
2. Restrictieve eters hebben een normaal gevarieerd eetpatroon, maar geven weinig om eten. Deze kinderen bevinden zich onderaan de groeicurven.
3. Kinderen met emotioneel bepaalde eetproblemen eten te veel of te weinig uit spanning of onbehagen, als gevolg van angstgevoelens na een traumatische ervaring. Voedselweigering als gevolg van een verstoorde interactie valt ook hieronder.
4. Kinderen met een compleet of atypisch beeld van anorexia of boulimia nervosa. Deze kinderen zijn in tegenstelling tot de andere drie categorieën erg gericht op hun voeding en lichaam.

Tabel 1. Vier GOS-criteria voor eetproblemen bij kinderen in de basisschoolleeftijd

Naar boven

Behandeling van kinderen met eetproblemen in de voorschoolse leeftijdsfase

Pedagogische problemen

Het gaat hier om eetproblemen waaraan pedagogische problemen ten grondslag liggen. Omdat de kinderen voldoende groeien en een normale ontwikkeling ondergaan, komt hun gezondheid niet in gevaar. Er dient aandacht geschonken te worden aan een goede voorlichting aan ouders over de aard en achtergrond van het probleem. Voorlichting over gezonde voeding en normaal eetgedrag van jonge kinderen en praktische adviezen (tabel 2) kunnen hierbij helpen. Hoe minder dwang ouders uitoefenen, hoe eerder het kind gaat eten. Daarom geldt de vuistregel: ouders bepalen waar, wanneer en wat het kind eet, het kind bepaalt hoeveel het eet (Kindermann en Kneepkens, 2010).

Chatoor (2009) heeft een geïndividualiseerde behandeling ontwikkeld voor baby’s bij wie ook zelfregulatie-problemen een rol spelen. Deze interventie kan gericht zijn op het kind, op de moeder of op de moeder-kind interactie. Het filmen van de moeder en het kind tijdens het voeden en vervolgens het observeren van de videoband, kan discussie met de ouders over wat het kind gestrest maakt en wat het kind rustig maakt, faciliteren. Als het kind te slaperig is om te eten en moeilijk ontwaakt, kan babymassage het kind stimuleren en de alertheid van het kind verbeteren waardoor beter voeden wordt gefaciliteerd. Als het kind te prikkelbaar is en te onrustig om te voeden, moet stimulatie van de zintuigen vooraf aan en tijdens het voeden gereduceerd worden door de baby mee te nemen naar een rustige kamer en de baby in te wikkelen. Dit kan helpen om het voeden van het kind te faciliteren (McKenzie, 1991). Als de moeder ontzettend moe is, zeer angstig of depressief, dan moet er aandacht besteed worden aan deze problemen bij de moeder zodat zij effectiever kan omgaan met haar kind.

Het doel van de behandeling bij extreem restrictief eetgedrag van peuters is het faciliteren van de interne regulatie van het eetgedrag volgens de principes van honger en verzadiging. De behandeling is gebaseerd op het transactionele model voor infantiele anorexia, dat ook ontwikkeld is door Chatoor (2009). Dit model bevat drie componenten die aandacht behoeven in de behandeling:
1. Het begrijpen van het temperament van de peuter
2. Het bestuderen van de eetgeschiedenis van de ouders
3. Het aanbieden van voedingsrichtlijnen – deze komen grotendeels overeen met de adviezen in tabel 2.
Lees meer over de behandeling.

In een infant mental health team werken professionals van verschillende disciplines samen in een multi- of transdisciplinair team. Uit tal van onderzoeken blijkt dat de aard van vroege interacties tussen het jonge kind en de ouder in hoge mate de wijze bepaalt waarop genetische en constitutionele factoren in de ontwikkeling en het gedrag tot uiting komen. Eerdere nature-nurture discussies hebben plaats gemaakt voor dynamische en transactionele visies op de ontwikkeling van kinderen. In de overkoepelende IMH-visie wordt vanuit twee perspectieven naar de ouder- kindrelatie gekeken: vanuit een ontwikkelingsperspectief en vanuit een relationeel perspectief. Zowel kortdurende interventies (5 gesprekken) als langer durende interventies die zich richten op gehechtheid worden aangeboden. In de regio Amsterdam hebben samenwerkende JeugdGGZ organisaties een module ‘vijf keer praten over je baby of peuter’ ontwikkeld (Schmeets e.a., 2011).

Ook interactiebegeleiding, een behandelmethode ontwikkeld door McDonough (2004), lijkt zeer veelbelovend als het gaat om het helpen van jonge kinderen en hun ouders. Deze behandelmethode richt zich op gezinsrelatieproblemen door het ouder-kind interactiegedrag te observeren en begeleiding te bieden aan de verzorgers om een beter begrip te krijgen van de gevoelens, gedachten en acties van hun kind. Door gebruik te maken van videofeedback en de krachten van het gezin te benadrukken, worden de symptomen van het kind verminderd en worden de ouders bekrachtigd om een meer wederzijds bevredigende relatie op te bouwen met hun kind.

Kindermann en Kneepkens (2010) hebben enkele adviezen opgesteld bij eetproblemen op pedagogische basis.

• Vaste regel: er wordt alleen aan tafel gegeten.
• Zorg voor een goede zithouding of een goede kinderstoel.
• Zorg voor een rustige omgeving zonder afleiding.
• Schep kleine porties op en maak de maaltijd leeftijdsadequaat.
• Laat de maaltijd er aantrekkelijk uitzien.
• Bied geweigerde voedingsmiddelen herhaaldelijk aan (10-15 keer).
• Laat het kind zelf controle houden over het eten.
• Veeg niet na elke hap de mond schoon.
• Oefen geen druk of dwang uit; strijd over het eten moet worden vermeden.
• Blijf neutraal bij kokhalzen of braken; probeer eventueel een anders soort voeding.
• Wees positief over wat het kind eet; prijs het, ook al heeft het weinig gegeten.
• Laat de maaltijd in principe niet langer dan 30 minuten duren,
• Meng nieuwe voeding geleidelijk toenemend met reeds geaccepteerd voedsel.
• Geef geen tussendoortjes.

Tabel 2. Adviezen Kindermann en Kneepkens (2010) bij eetproblemen  op pedagogische basis

Extreem selectieve eters
Voor peuters die extreem selectief zijn in wát ze eten gelden dezelfde pedagogische adviezen (tabel 2) . Als de peuters extreem aversieve reacties hebben op bepaald eten (kokhalzen, uitspugen) dan raadt Chatoor (2009) aan dit eten niet meer aan te bieden.
Bij lichtere vormen van afwijzing echter (alleen een vies gezicht trekken, bijvoorbeeld),raadt zij aan om elke keer nieuw voedsel te blijven aanbieden, gecombineerd met voedsel dat de peuter lekker vindt.
Voor peuters geldt dat zij graag hun ouders imiteren. Chatoor adviseert ouders om bij peuters gebruik te maken van het principe dat zij heel graag willen wat zij niet krijgen en dat peuters graag zelf bepalen wat zij eten, en niet wat zij voorgezet krijgen op hun bord: “Dít eten is voor papa en mama (‘grote mensen’), maar ik zal jou een klein beetje ervan geven’. De peuter is waarschijnlijk meer gericht op ‘zijn zin krijgen’ en ‘groot zijn’, dan op de smaak of textuur van het aangeboden eten. Belangrijk is dan dat ouders neutraal reageren als het kind het voedsel eet.
Indien nodig kunnen vitamines en mineralen gesuppleerd worden. Dit zorgt ook dat de strijd rond eten geneutraliseerd wordt.

Selectieve en totale voedselweigering kan succesvol worden behandeld met behulp van gedragstherapeutische technieken (Kerwin, 1999). Het doel van gedragstherapeutische behandeling is het doen toenemen van voedselacceptatie in de mond en het doen afnemen van gedrag dat gericht is op het vermijden van voedsel. De Seyshuizen (Pluryn) heeft een multidisciplinaire gedragstherapeutische behandeling ontwikkeld voor kinderen met chronische voedselweigering die geheel of gedeeltelijk afhankelijk zijn van sondevoeding, het SLIK-programma genaamd (Seys, Duker & Rensen, 2010). Deze behandeling is geïndiceerd als er medisch geen oorzaak (meer) aanwezig is die de bestaande eetstoornis kan verklaren en als minder intensieve vormen van behandeling, zoals pedagogische advisering en ouder-kind begeleiding, onvoldoende resultaat hebben opgeleverd (Obbink, 2000). Het is een ‘last-resort’- behandeling.

Eetstoornissen als gevolg van een lichamelijke ziekte
Eetstoornissen bij jonge kinderen die een lichamelijke oorzaak hebben, vereisen een medische behandeling in een (academisch) ziekenhuis onder verantwoordelijkheid van een kinderarts. Jonge kinderen met een eetstoornis die een lichamelijke oorzaak hebben, krijgen meestal voeding binnen door middel van een sonde. Voor meer informatie over medische behandeling bij jonge kinderen met een eetstoornis op basis van een lichamelijke oorzaak, verwijzen we naar de NVK richtlijn 'eetstoornissen bij jonge kinderen' (in ontwikkeling).

Wanneer de lichamelijke problemen zijn verholpen en sondevoeding niet meer noodzakelijk lijkt, blijkt echter dat veel kinderen niet 'vanzelf' gaan eten. Zij hebben nooit geleerd te slikken of te kauwen. Als kinderen nooit geleerd hebben te slikken of te kauwen, is een (pre)logopedische (eettechnische) behandeling aangewezen (van den Engel-Hoek, 2000).

Wanneer lichamelijke en technische eetproblemen zijn verholpen, wil dit ook nog niet zeggen dat kinderen uit zichzelf gaan eten. Kinderen in de leeftijd van 0-2 jaar die tot dan toe afhankelijk waren van sondevoeding, kunnen in dit geval in aanmerking komen voor behandeling volgens de methodiek 'klinische hongerprovocatie'. Hongerprovocatie wordt toegepast in het VUmc en het AMC.

Pathologische voedselweigering
Bij een voedselaversie of een kauw-, slik- of eetfobie is een multidisciplinaire behandeling aangewezen gericht op de aversie, het verminderen van de afweer en de angst voor het eten. Voordat begonnen kan worden met een psychologische behandeling van de eetfobie, dienen lichamelijke oorzaken van eetproblemen uitgesloten te zijn zodat het eten geen pijnlijke ervaring is. Een voedselaversie of een kauw-, slik- of eetfobie zijn specifieke angststoornissen. Meer informatie over de behandeling van specifieke angststoornissen.

 Naar boven

 

Behandeling van kinderen op basisschoolleeftijd

Selectieve en restrictieve eters
Belangrijk is (Chatoor, 2009), om de eetsituaties in het gezin te normaliseren en zo conflictloos mogelijk te laten verlopen. Hiervoor gelden dezelfde voedingsrichtlijnen als bij jongere kinderen.
Sommige selectieve eters zullen in een ontspannen situatie uit zichzelf gaan vragen om het eten van hun ouders of broertjes en zusjes. Anderen zullen blijven vasthouden aan een beperkt dieet. Weer andere kinderen zullen om hulp vragen om hun afkeer van en angst voor nieuw voedsel te overwinnen. Gedragstherapeutische behandeling is dan aanbevolen. Kinderen worstelen met de smaak en textuur van nieuw voedsel totdat zij dit – over ‘t algemeen- 15 -25 x geprobeerd hebben. Bij sommigen duurt het 50 x. Ouders treden op als coach.
Ook gezinnen met restrictieve eters kunnen profiteren van de voedingsrichtlijnen zodat kinderen zélf hun eetgedrag kunnen reguleren op basis van een hongergevoel en een gevoel van bevrediging.

Kinderen met emotioneel bepaalde eetproblemen
Vanzelfsprekend is het in deze situaties van groot belang de emotionele problemen aandacht te geven in de behandeling, bijvoorbeeld met cognitieve gedragstherapie (zie ook behandeling bij angst, depressie, trauma). Daarnaast zijn voedingsadviezen, een vaste eetstructuur met afwisseling in voeding en leef- en eetstijladviezen een aandachtspunt (De Schepper, 2002).

Kinderen met een compleet of atypisch beeld van anorexia nervosa 
Klinische Anorexia Nervosa (AN) wordt gezien bij kinderen vanaf ongeveer 7 jaar. De presentatie van AN bij preadolescente kinderen is over het algemeen hetzelfde als bij  adolescenten met AN met uitzondering van een paar belangrijke verschillen die te maken hebben met de ontwikkelingsfase waarin de kinderen zich bevinden. Deze verschillen bevinden zich in het psychologische en gedragsmatige en fysieke domein.

Belangrijke psychologische en gedragsmatige verschillen zijn onder andere dat kinderen een beperkte capaciteit hebben tot zelfreflectie en moeite kunnen hebben met het onder woorden brengen van gedachten en gevoelens die hun eetgedrag beïnvloeden. Dit betekent dat een kind dat gedragingen vertoond die duiden op AN (zoals specifieke ontwijking van vet voedsel, excessief sporten na maaltijden en/of overgeven), niet noodzakelijkerwijs ontevredenheid over zijn gewicht en lichaamsvorm uitspreekt.

Om deze psychologische aspecten toch aan het licht te brengen, is een concrete manier van vragen stellen van belang: als een kind bijvoorbeeld naar zijn bovenbenen aan het kijken is terwijl ze zit, kun je vragen waarom het kind zo naar haar bovenbenen aan het staren is. Dan kan het kind bijvoorbeeld zeggen dat haar bovenbenen zo breed zijn. Dit kan duiden op een verstoord lichaamsbeeld.

Wat betreft het fysieke domein is bekend dat AN in de kindertijd onomkeerbare effecten kan hebben doordat het de fysieke ontwikkeling onderbreekt. De fysieke effecten van AN in de kindertijd zijn zeer complex en vragen om geïndividualiseerde assessment van de persoonlijke groei, het maturatietraject, multisysteemevaluatie en genetisch potentieel. Er moet niet alleen gekeken worden naar de algemene bevolkingsnormen.

De behandeling van Anorexia Nervosa bij prepuberale kinderen is over het algemeen hetzelfde als bij behandeling van adolescenten met AN. Wel moet er in de behandeling van prepuberale kinderen met AN rekening mee worden gehouden dat zij moeite kunnen hebben met het onder woorden brengen van de gedachten en gevoelens die hun eetgedrag beïnvloeden. Daardoor is het nodig om concrete (niet-abstracte) taal te gebruiken gedurende de behandeling van deze preadolescente kinderen.

Naar boven

Specifieke situaties

Behandeling jonge kinderen met een eetstoornis en een autisme spectrumstoornis (ASS) 
Bij de behandeling van jonge kinderen met een eetstoornis en ASS kunnen ook gedragstherapeutische technieken gebruikt worden, maar dan ligt de nadruk op het vermijden van negatieve prikkels (Obbink, 2000). De behandeling van deze groep is moeilijk vanwege het associatieve gedeelte: je weet niet wat de gedachten van de kinderen zijn bij het eten dat ze aangeboden krijgen. Meer informatie over behandeling van kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis.

Pathologisch ouderschap: Pediatric Condition Falsification (FDP)
In zeldzame gevallen van voedings- en eetstoornissen bij jonge kinderen is sprake van Pediatric Condition Falsification (PCF) en Factitious Disorder by Proxy (FDP). Pediatric Condition Falsification (PCF) is het hoofddeel van de diagnose bij het kind. Factitious Disorder by Proxy (FDP) is het andere deel dat betrekking heeft op het mishandelende gedrag en de intenties van de ouders.

FDP is een type kindermishandeling dat ook wel bekend is onder de naam Münchhausen by Proxy Syndroom (MBPS). Deze inmiddels bekende  term is in 2007 vervangen door Pediatric Condition Falsification (PCF) en Factitious Disorder by Proxy (FDP), lees meer

Kinderen van moeders met een eetstoornis
Eetstoornissen blijken veel voor te komen binnen families, met een 7 tot 12 keer hogere prevalentie van Anorexia Nervosa (AN) of Boulima Nervosa (BN) in eerstegraads verwanten van personen met een eetstoornis dan in familieleden in de controlegroep. Uit studies naar kinderen van ouders met psychiatrische problemen zoals depressie en alcoholmisbruik, blijkt dat zij een verhoogd risico lopen op verscheidene (psychische) problemen gedurende hun ontwikkeling, waaronder - maar niet specifiek - ook eetstoornissen. Kinderen van moeders met een eetstoornis komt een grote verscheidenheid aan problematiek voor in ernstige en minder ernstige mate (Park e.a., 2003), lees meer

Naar boven

Protocollaire psychologische behandelingen

Er zijn twee protocollaire behandelvormen bekend:
1. Hongerprovocatie (Kindermann & Kneepkens, 2010)
2. SLIK-programma (Seys, 2010)

Naar boven

Literatuur

Agras, S., Hammer, L., & McNicholas, F. (1999). A prospective study of the influence of eating disordered mothers on their children. International Journal of Eating Disorders, 25, 253-262.

Benoit, D. (2009). Feeding Disorders, Failure to Thrive, and Obesity. In: Zeanah, C.H. (Ed). (2009). Handbook of Infant Mental Health (3th edition). The Guilford Press, New York / London.

Brown & Tierny (2009). Munchausen Syndrome by Proxy. Pediatrics in Review, 30, 414-415.

Bryant-Waugh, R., Turner, H., East, P. & Gamble, C. (2007a). Developing a Parenting Skills and Support Intervention for Mothers with Eating Disorders and Pre-School Children: Part 1. Qualitative Investigation of Issues to Include. European Eating Disorders Review, 15, 350-356.

Bryant-Waugh, R., Turner, H., Jones, C. & Gamble, C. (2007b). Developing a Parenting Skills and Support Intervention for Mothers with Eating Disorders and Pre-School Children: Part 2. Piloting a Group Intervention. European Eating Disorders Review, 15, 439-448.

Chatoor, I. (2009). Diagnosis and treatment of feeding disorders in infants, toddlers and young children. Washington DC: Zero to Three, National Center for infants, toddlers and young children.

Cladder. J.M., Nijhoff-Huysse, M. & Mulder, G. (1998). Gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen. Lisse: Swets & Zeitlinger.

DC: 0-3R; Diagnostische Classificatie van psychische en ontwikkelingsstoornissen op zuigelingenleeftijd en vroege kinderleeftijd. Gereviseerde versie (2009). Van Gorcum, Assen. 

Engel-Hoek, L. van den (2000). Leren eten en drinken. Logopedische begeleiding bij kinderen met eet- en drinkproblemen. In: Seys, D.M., Rensen, J.H.M. & Obbink, M.H.J. (2000). Behandelingsstrategieën bij jonge kinderen met voedings- en eetproblemen. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem. 

Kindermann, A, Kneepkens, C.M.F., Stok, A., Dijk, E.M. van, Engels, M., Douwes, A.C. (2008). Discontinuation of tube feeding in young children by hunger provocation. Journal of Pediatric and Gastroenterological Nutrition, 47, 87-91.

Lier, M.H.M. van. (2007). Voedings- en eetstoornissen bij jonge kinderen. In: Verheij, F., Verhulst, F.C. & Ferdinand, R.F. (Red.). (2007). Kinder- en Jeugdpsychiatrie, behandeling en begeleiding.  Van Gorcum, Assen.

Nicholls, D. & Bryant-Waugh, R. (2008). Eating Disorders of Infancy and Childhood: Definition, Symptomatology, Epidemiology and Comorbidity. Child and Adolescent Psychiatric Clinic of North America, 18, 17-30.

Nützenadel, W. (2011). Failure to thrive in childhood. Deutsches Ärzteblatt International 108 : 642-649

Obbink, M.H.J. (2000). Gedragstherapeutische interventie bij de behandeling van voedselweigering. In: Seys, D.M., Rensen, J.H.M. & Obbink, M.H.J. (2000). Behandelingsstrategieën bij jonge kinderen met voedings- en eetproblemen. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem. 

Park, R.J., Senior, R., & Stein, A. (2003). The offspring of mothers with eating disorders. European Child and Adolescent Psychiatry, 12, 110-119.

Rommel, N., Meyer, A.M. de, Feenstra, L. & Veerman-Wauters, G. (2003). The complexity of feeding problems in 700 infants and young children presenting to a tertiary care institution. Journal of Pediatric Gastroenterology and Nutrition, 37, 75-84.

Rosenberg, D.A. (1987) Web of deceit: a literature review of Munchhausen syndrome by proxy. Child Abuse and Neglect, 11, 547-563.

Russell, G.F.M., Treasure, J., & Eisler, I. (1998). Mothers with Anorexia Nervosa who underfeed their children: their recognition and management. Psychological Medicine, 28, 93-108.

Seys, D.M., Duker, P.C., & Rensen, J.H.M. (2010). Effect van het SLIK programma op voedselacceptatie bij kinderen met voedselweigering. Tijdschrift voor Kindergeneeskunde, 78(5), 184-189.

Schipper, J. de, Vancoppenolle, A., Delanghe, K., Bisschop, M., Eetgedrag en eetproblemen bij kinderen op de lagers school. In: Moyson, N. en Roothooft E. (red.) (2002). Van eetlast naar eetlust. Eetproblemen van babyleeftijd tot volwassenheid. Acco, Leuven.

Schmeets, M., Rexwinkel, M., Derkx, H.H.F., & Pannevis, C. (2011). Handboek Infant Mental Health. Inleiding in de ouder-kindbehandeling. Koninklijke van Gorkum, Assen.

Schoonenberg, J. (2011). Munchhausen by proxy. Nieuwe benaming: Pediatric Condition Falsification en Factitious Disorder by Proxy. Het Kind Eerst, 3, 13-15.

Stein, A., Murray, L., Cooper, P. & Fairburn, C. G. (1996). Infant growth in the context of maternal eating disorders and maternal depression: a comparative study. Psychological Medicine, 26, 569-574.

Stein, A., Woolley, H., Cooper, S.D., & Fairburn, C.G. (1994). An observational study of mothers with eating disorders and their infants. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 35, 733-748.

Tolboom, J.J.M. (2000). Classificatie en epidemiologie van voedingsproblemen. In: Seys, D.M., Rensen, J.H.M. & Obbink, M.H.J. (2000). Behandelingsstrategieën bij jonge kinderen met voedings- en eetproblemen. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem. 

 Naar boven

Mail uw kennis

Deel de informatie op deze pagina met een ander door onderstaande velden in te vullen:
Naam afzender:
E-mail afzender:
Naam ontvanger:
E-mail ontvanger: