Professionals

Mail uw kennis door!

Diagnostiek

>Algemeen
>Screening
>Diagnostiek
>Instrumenten
>Literatuur

Algemeen

Bij de diagnostiek van eetstoornissen is het van belang om twee zaken te onderscheiden:

  1. Of het eetprobleem nu primair een lichamelijke oorzaak heeft of primair een  gedragsmatige/psychologische/psychiatrische oorzaak
  2. Of het relatief normale, milde, voorbijgaande problemen betreft of een stoornis.

Tevens dient de diagnostiek aanknopingspunten te vinden voor de behandeling, zodat kinderen tijdig op de juiste plek passend behandeld worden.

Ad 1. Er vindt ‘dokters-delay’ plaats bij de doorverwijzing van kindergeneeskunde naar de jeugd-ggz en vice versa.
Screening met behulp van de Wolfson-criteria kan dit verminderen. We verwijzen hier ook naar de richtlijnen van de JGZ en de NVK (in ontwikkeling). Andersom dient voorkomen te worden dat er behandeling van de eetstoornis plaatsvindt terwijl er sprake is van een onderliggende, niet onderkende somatische aandoening. De volgende alarmsymptomen (Kindermann en Kneepkens, 2010) zijn belangrijk bij dit onderscheid.

•  dysfagie (problemen bij het slikken), odynofagie (=pijn bij slikken);
•  orale en mondmotorische afwijkingen zoals ongecoördineerd slikken;
•  frequent braken;
•  recidiverende KNO problematiek;
•  luchtwegproblemen;
•  afwijkende defecatie zoals diarree, obstipatie, ontkleurde ontlasting, bloedbijmenging;
•  failure to thrive *
•  neurologische afwijkingen zoals hoofdpijn, epilepsie, afwijkend looppatroon;
•  ontwikkelingsachterstand;
•  afwijkingen bij lichamelijk onderzoek: micro-/hydrocefalie, dysmorfieën, huidafwijkingen/eczeem/bleekzien, hepato-/splenomegalie, hypotonie.

*Definitie van Failure to thrive (landelijke richtlijn NVK 2011):
- Verandering gewicht/leeftijd >−1 SD in 3 maanden bij kinderen <1jaar op de groeicurve
- Verandering gewicht/lengte >−1 SD in 3 maanden bij kinderen ≥1 jaar op de groeicurve
- Afname in lengtegroei 0.5–1 SD/jaar bij kinderen <4 jaar en 0.25 SD/jaar  >4 jaar

Tabel 1. Somatische alarmsymptomen bij eetproblemen bij jonge kinderen

Ad 2.
De voorgestelde nieuwe DSM-5 criteria van de Avoidant Restrictive Food Intake Disorder (ARFID) hebben een duidelijk ontwikkelingsperspectief: het kernprobleem presenteert zich enigszins verschillend in de verschillende leeftijdsfases. De expertgroep die werkt aan de vaststelling van deze criteria streeft ernaar te voorkomen dat elk mild of voorbijgaand eetprobleem van een kind voldoet aan deze, zorgvuldig geformuleerde, criteria.
Zie ook de begripsomschrijving.

Naar boven

Screening

Levine e.a. (2011) tonen aan dat de Wolfson criteria (2009) zeer goed eetstoornissen identificeren en dat zij accurater en eenvoudiger toepasbaar zijn dan de DC 0-3 criteria en de DSM IV-criteria. Deze duidelijke criteria verminderen het ‘dokters-delay’. Belangrijk is ook dat het criterium gewichtsverlies niet is opgenomen. Hierdoor worden kinderen die hun gewicht behouden door niet leeftijdsadequaat eetgedrag of pathologisch voedingsgedrag van hun ouders of verzorgers ook herkend als kinderen met een eetstoornis.

De Wolfson criteria zijn:

• Aanhoudend weigeren van voeding > 1 maand
• Afwezigheid van duidelijke somatische ziekte die leidt tot voedselweigering of gebrek aan verbetering van het eetgedrag na medische behandeling van een organische aandoening
• Aanvangsleeftijd < 2 jaar, presentatie <6 jaar
• Aanwezigheid van tenminste 1 van de volgende symptomen:
    o Dysfunctioneel aanbieden van eten door ouders/verzorgers
    o Anticipatoir kokhalzen

 Tabel 2. Wolfson criteria

Het dysfunctioneel aanbieden van eten door ouders/verzorgers wordt als volgt omschreven:

• Het kind voeden wanneer het slaperig is omdat 
  -het kind voedsel weigert
  of
  -weinig eet wanneer het wakker is
• Het kind ‘achtervolgen’ met eten door
  -aanhoudende, meestal niet succesvolle pogingen om het kind eten te geven ondanks weigering
  of
  -veelvuldig aandringen om nog een slokje of hap te nemen
• Gedwongen te eten geven: het kind eten geven tegen zijn wil, door bijvoorbeeld de kaken met de hand  van elkaar te halen
• Mechanistisch te eten geven:
  -zeer exact, op vaste tijden voeden waardoor afwezigheid van hongersignalen genegeerd wordt
  of
  -het kind als object behandelen tijdens het voeden
• Afleiding als voorwaarde: alle maaltijden vinden plaats terwijl er afleiding is; het kind eet niet zonder afleiding
• Langdurige maaltijden: gewoonlijk langer dan 30 minuten ondanks dat het kind niet eet, eventueel in combinatie met het bovenstaande.



Tabel 3. Pathologisch aanbieden van eten

Naar boven

Diagnostiek

Multidisciplinaire diagnostiek (diëtist, logopedist (met op indicatie slikvideo), psycholoog, kinderarts (lichamelijk onderzoek en goede volledige anamnese), kinderpsychiater, en op indicatie: ergotherapie, fysiotherapie) is aangewezen. Met een zorgvuldige anamnese, inclusief medische en psychische voorgeschiedenis van kind, ouders en gezin wordt zicht gekregen op de aard en ernst van de eetstoornis. Traumatische en negatieve ervaringen worden nagevraagd. De vraag is dan: zijn er gebeurtenissen te identificeren in de voorgeschiedenis waarna de klachten zijn begonnen of verergerd?  Aandacht dient gegeven te worden aan comorbiditeit, waarvoor wij verwijzen naar de thema’s:

• Angst
• Autisme
• Licht verstandelijk beperkten

Een goede functieanalyse is nodig. Ouders kunnen een eetdagboek bijhouden of het eten thuis filmen op basis waarvan een ABC schema  (Antecendenten, Behavior, Consequenties – op korte en lange termijn) wordt opgesteld. Geef hierbij ook aandacht aan de faciliterende factoren van meer of minder permanente aard, die de eetstoornis bevorderen en aan ouderfactoren. Deze worden vaak onderschat. Hoe eten de ouders en andere gezinsleden? Hoe aten zij voorafgaand aan de eetstoornis van het kind? Welke (eventueel disfunctionele) opvattingen, overtuigingen, verwachtingen hebben ouders ten aanzien van het eten van hun kind en hun opvoedingspatroon?
Gezinsdiagnostisch onderzoek geeft inzicht in het pedagogisch klimaat, de ouder-kindrelatie en de overige gezinsrelaties. Een onderzoek van het kind geeft duidelijkheid over het ontwikkelingsniveau en de sterke en zwakke kanten van het kind.

 Naar boven

Instrumenten

  Screening  Diagnostiek
Vragenlijst                            Feeding Scale (Chatoor, 1997)
Food Neophobia Scale (Pliner &Hobden, 1992)
Emotional Availability Scales (EAS)
 Observatie Wolfson criteria Seyshuizen observatieschaal Voedselweigering (SOV)

Tabel 4. Overzicht van aanbevolen instrumenten

Zie ook de instrumenten bij Anorexia Nervosa, Boulimia Nervosa en Eetstoornis Niet Anders Omschreven (NAO).

Naar boven

Literatuur

Bryant – Waugh, 2011, persoonlijke mededeling

Chatoor, I. (2009). Diagnosis and treatment of feeding disorders in infants, toddlers and young children. Washington, DC: ZERO TO THREE.

Kindermann, A. & Kneepkens, F. (2010). Voedings- en eetproblemen bij jonge kinderen. In Praktische Pediatrie, nr. 3, september 2010.

Levine, A., Bachar, L., Tsangen, Z., Mizrachi, A., Levy, A., Dalal, I., Kornfeld, L., Levy, Y., Zadik, Z., Turner, D. & Boaz, M. (2011). Screening Criteria for Diagnosis of Infantile Feeding Disorders as a Cause of Poor Feeding or Food Refusal. Journal of Pediatric Gastroenterology and Nutrition, 52(5), 563-568.

Levy Y., Levy A., Zangen T., et al. Diagnostic clues for identification of nonorganic versus organic causes of food refusal and poor feeding. J.Pediatr Gastroenterol Nutr 2009; 48:355-62

Vliegen, N.(2005). Observatieschalen voor emotionele beschikbaarheid. Een instrument voor onderzoeks- en klinische praktijk. Tijdschrift voor psychotherapie 2005; 31 3-16

 Naar boven

Mail uw kennis

Deel de informatie op deze pagina met een ander door onderstaande velden in te vullen:
Naam afzender:
E-mail afzender:
Naam ontvanger:
E-mail ontvanger: