>Algemeen
>Screening
>Diagnostiek
>Instrumenten
>Literatuur
Algemeen
Bij de diagnostiek van eetstoornissen is het van belang om twee zaken te onderscheiden:
- Of het eetprobleem nu primair een lichamelijke oorzaak heeft of primair een gedragsmatige/psychologische/psychiatrische oorzaak
- Of het relatief normale, milde, voorbijgaande problemen betreft of een stoornis.
Tevens dient de diagnostiek aanknopingspunten te vinden voor de behandeling, zodat kinderen tijdig op de juiste plek passend behandeld worden.
Ad 1. Er vindt ‘dokters-delay’ plaats bij de doorverwijzing van kindergeneeskunde naar de jeugd-ggz en vice versa.
Screening met behulp van de Wolfson-criteria kan dit verminderen. We verwijzen hier ook naar de richtlijnen van de JGZ en de NVK (in ontwikkeling). Andersom dient voorkomen te worden dat er behandeling van de eetstoornis plaatsvindt terwijl er sprake is van een onderliggende, niet onderkende somatische aandoening. De volgende alarmsymptomen (Kindermann en Kneepkens, 2010) zijn belangrijk bij dit onderscheid.
Tabel 1. Somatische alarmsymptomen bij eetproblemen bij jonge kinderen
Ad 2.
De voorgestelde nieuwe DSM-5 criteria van de Avoidant Restrictive Food Intake Disorder (ARFID) hebben een duidelijk ontwikkelingsperspectief: het kernprobleem presenteert zich enigszins verschillend in de verschillende leeftijdsfases. De expertgroep die werkt aan de vaststelling van deze criteria streeft ernaar te voorkomen dat elk mild of voorbijgaand eetprobleem van een kind voldoet aan deze, zorgvuldig geformuleerde, criteria.
Zie ook de begripsomschrijving.
Screening
Levine e.a. (2011) tonen aan dat de Wolfson criteria (2009) zeer goed eetstoornissen identificeren en dat zij accurater en eenvoudiger toepasbaar zijn dan de DC 0-3 criteria en de DSM IV-criteria. Deze duidelijke criteria verminderen het ‘dokters-delay’. Belangrijk is ook dat het criterium gewichtsverlies niet is opgenomen. Hierdoor worden kinderen die hun gewicht behouden door niet leeftijdsadequaat eetgedrag of pathologisch voedingsgedrag van hun ouders of verzorgers ook herkend als kinderen met een eetstoornis.
De Wolfson criteria zijn:
|
• Aanhoudend weigeren van voeding > 1 maand |
Tabel 2. Wolfson criteria
Het dysfunctioneel aanbieden van eten door ouders/verzorgers wordt als volgt omschreven:
|
• Het kind voeden wanneer het slaperig is omdat |
Tabel 3. Pathologisch aanbieden van eten
Diagnostiek
Multidisciplinaire diagnostiek (diëtist, logopedist (met op indicatie slikvideo), psycholoog, kinderarts (lichamelijk onderzoek en goede volledige anamnese), kinderpsychiater, en op indicatie: ergotherapie, fysiotherapie) is aangewezen. Met een zorgvuldige anamnese, inclusief medische en psychische voorgeschiedenis van kind, ouders en gezin wordt zicht gekregen op de aard en ernst van de eetstoornis. Traumatische en negatieve ervaringen worden nagevraagd. De vraag is dan: zijn er gebeurtenissen te identificeren in de voorgeschiedenis waarna de klachten zijn begonnen of verergerd? Aandacht dient gegeven te worden aan comorbiditeit, waarvoor wij verwijzen naar de thema’s:
• Angst
• Autisme
• Licht verstandelijk beperkten
Een goede functieanalyse is nodig. Ouders kunnen een eetdagboek bijhouden of het eten thuis filmen op basis waarvan een ABC schema (Antecendenten, Behavior, Consequenties – op korte en lange termijn) wordt opgesteld. Geef hierbij ook aandacht aan de faciliterende factoren van meer of minder permanente aard, die de eetstoornis bevorderen en aan ouderfactoren. Deze worden vaak onderschat. Hoe eten de ouders en andere gezinsleden? Hoe aten zij voorafgaand aan de eetstoornis van het kind? Welke (eventueel disfunctionele) opvattingen, overtuigingen, verwachtingen hebben ouders ten aanzien van het eten van hun kind en hun opvoedingspatroon?
Gezinsdiagnostisch onderzoek geeft inzicht in het pedagogisch klimaat, de ouder-kindrelatie en de overige gezinsrelaties. Een onderzoek van het kind geeft duidelijkheid over het ontwikkelingsniveau en de sterke en zwakke kanten van het kind.
Instrumenten
| Screening | Diagnostiek | |
| Vragenlijst | Feeding Scale (Chatoor, 1997) Food Neophobia Scale (Pliner &Hobden, 1992) Emotional Availability Scales (EAS) |
|
| Observatie | Wolfson criteria | Seyshuizen observatieschaal Voedselweigering (SOV) |
Tabel 4. Overzicht van aanbevolen instrumenten
Zie ook de instrumenten bij Anorexia Nervosa, Boulimia Nervosa en Eetstoornis Niet Anders Omschreven (NAO).
Literatuur
Bryant – Waugh, 2011, persoonlijke mededeling
Chatoor, I. (2009). Diagnosis and treatment of feeding disorders in infants, toddlers and young children. Washington, DC: ZERO TO THREE.
Kindermann, A. & Kneepkens, F. (2010). Voedings- en eetproblemen bij jonge kinderen. In Praktische Pediatrie, nr. 3, september 2010.
Levine, A., Bachar, L., Tsangen, Z., Mizrachi, A., Levy, A., Dalal, I., Kornfeld, L., Levy, Y., Zadik, Z., Turner, D. & Boaz, M. (2011). Screening Criteria for Diagnosis of Infantile Feeding Disorders as a Cause of Poor Feeding or Food Refusal. Journal of Pediatric Gastroenterology and Nutrition, 52(5), 563-568.
Levy Y., Levy A., Zangen T., et al. Diagnostic clues for identification of nonorganic versus organic causes of food refusal and poor feeding. J.Pediatr Gastroenterol Nutr 2009; 48:355-62
Vliegen, N.(2005). Observatieschalen voor emotionele beschikbaarheid. Een instrument voor onderzoeks- en klinische praktijk. Tijdschrift voor psychotherapie 2005; 31 3-16




