Professionals

Mail uw kennis door!

Diagnostiek bij angst

>Algemeen
>Instrumenten
>Literatuur

Algemeen

Bij het vermoeden van angst- en/of stemmingsstoornissen verdient het aanbeveling om in de diagnostiek een combinatie te gebruiken van een (semi-) gestructureerd klinisch-diagnostisch interview (afgenomen bij zowel ouders/verzorgers als het kind) en psychometrisch goed onderbouwde vragenlijsten. Bij de vragenlijsten kan onderscheid gemaakt worden tussen meer screenende vragenlijsten en vragenlijsten die zich richten op meer specifieke angst-aspecten. Bij de keuze van de instrumenten is met name geselecteerd op instrumenten:
- waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat zij effectief zijn;
- die aansluiten bij ‘de beste klinische praktijk’ binnen het vakgebied;
- die aansluiten bij het meest recente DSM classificatiesysteem;
- waarvan een goede Nederlandse vertaling en goede normgegevens beschikbaar zijn (dan wel binnenkort beschikbaar komen).
Ten aanzien van de voorgestelde instrumenten geldt dat ze in eerste instantie gericht zijn op het in kaart brengen van de aanwezige problematiek. De voorgestelde instrumenten kunnen evenwel ook gebruikt worden in het kader van behandelingsevaluaties.
Bij het onderzoek van kinderen en adolescenten met Angststoornissen moet rekening worden gehouden met co-morbiditeit (depressie, schoolweigering, gedragsstoornissen). Voor de gestandaardiseerde meting daarvan verwijzen wij naar de desbetreffende protocollen:

-Depressie
-ODD/CD

Naar boven

Instrumenten

Tabel 1: Overzicht van de aanbevolen instrumenten in deze richtlijn 

 

Screening

Diagnostiek

Interview

 

ADIS
ASICA

Vragenlijst  

SDQ/SPsy subschaal emotionele problemen
ASEBA-lijsten subschalen angstig/depressief en
DSM subschaal angt/stemming 

DSM gerelateerde vragenlijsten
SCAS/RCADS

SCARED-R
MASC

Algemene vragenlijsten over angst
CATS-np
ZBV-K
CASI
VAK

Vragenlijsten specifieke angsstoornissen
SPA-I
PSWQ-C
SRAS-R

Niet-specifieke
instrumenten

 

PMT-K

Screening
Voor screening op angststoornissen verdient het aanbeveling om een korte vragenlijst (of subschaal van een vragenlijst) te kiezen. De SDQ (of SPSy) subschaal emotionele problemen is een goede optie. Daarnaast kunnen de subschalen van de ASEBA-lijsten (i.e. CBSL, YSR) die betrekking hebben op angst- en stemmingsstoornissen prima worden gebruikt om angstproblemen te signaleren.

Screeningsinstrument PSYchische stoornissen (SPsy)en Strength and difficulties Questionnaire (SDQ)
De SPsy is een screeningsinstrument voor het signaleren van psychosociale problemen bij kinderen van 4-18 jaar. Het instrument geeft op een relatief snelle wijze een betrouwbare en valide indicatie  van de psychische gesteldheid van de cliënt.
De SPsy is een bewerking van de veelgebruikte Strength and difficulties Questionnaire (SDQ) (Goodman, 1997), De SDQ is internationaal gevalideerd en beschikbaar in 68 verschillende talen op de website www.sdqinfo.com. Hij bestaat uit 5 subschalen, namelijk
- emotionele symptomen (angst / depressie)
- gedragsproblemen
- hyperactiviteit / aandachtstekort
- problemen met leeftijdgenoten
- prosociaal gedrag
Het Trimbos-instituut heeft voor gebruik in de BJZ een aantal screeningsvragen toegevoegd aan de SDQ, bijvoorbeeld over middelenmisbruik en psychose: de SPsy. Het is een korte en eenvoudig schriftelijk af te nemen instrument. Aan de hand van de score op 45 eenvoudig te beantwoorden vragen kan een professionele hulpverlener zijn klinisch beeld van de cliënt onderbouwen.
De SDQ/SPsy kan gebruikt worden om psychische stoornissen te signaleren maar ook als onderdeel van een behandelevaluatie. De SDQ/SPsy kan gebruikt worden op het Bureau Jeugdzorg, de jeugd-GGZ en verwante instellingen voor jeugdzorg. De SDQ/SPsy heeft ouderversies voor kinderen van 4-11 jaar, en van 12-18 jaar en een jongerenversie voor 12-18 jarigen. Ook is een leerkrachtversie beschikbaar. Er wordt niet alleen naar problemen gevraagd, maar ook naar sterke kanten (prosociaal gedrag). De SDQ/SPsy kan in gemiddeld 10 minuten afgenomen worden, en in gemiddeld 3 minuten worden verwerkt en gescoord. Het verdient aanbeveling de lijst door tenminste twee informanten te laten invullen.

ASEBA-schalen: Youth Self Report (YSR) en Child Behaviour Checklist (CBCL)
Met de YSR (Youth Self Report) wordt de visie van de jongere zelf in kaart gebracht op het eigen probleemgedrag en de eigen vaardigheden, terwijl de CBCL (Child Behaviour Checklist) de visie van ouders in kaart brengt.
Bij de YSR kunnen op basis van 132 items acht probleemschalen worden berekend: Teruggetrokken/Depressief, Lichamelijke Klachten, Angstig/Depressief, Sociale Problemen, Denkproblemen, Aandachtsproblemen, Normafwijkend Gedrag en Agressief Gedrag. De eerste drie probleemschalen vormen samen de schaal Internaliseren en de laatste twee de schaal Externaliseren. Alle vragen over gedrag opgeteld vormen de schaal Totale Problemen. Een indeling van de vragen over gedrag die nauw aansluit bij het classificatiesysteem van de DSM leidt tot zogenaamde DSM-schalen. Deze zes DSM-schalen zijn: Affectieve Problemen, Angstproblemen, Lichamelijk Problemen, Aandachtstekort/Hyperactiviteitsproblemen, Oppositioneel-Opstandige Problemen en Gedragsproblemen.
Veel van deze vragen zijn hetzelfde als op de CBCL/6-18, aangevuld met veertien sociaal wenselijke vragen waarop de meeste jongeren positief antwoorden. Jongeren kunnen voor elke vraag aangeven hoe goed een vraag bij hun past in de afgelopen zes maanden volgens dezelfde manier als bij de CBCL/6-18. Er is ook een leerkrachtversie beschikbaar, de Teacher Report Form (www.aseba.nl) (Verhulst e.a., 1997; Verhulst e.a 1996; Achenbach, 2008)

Naar boven

Klinische diagnostiek:

Interviews
Anxiety Disorders Interview Schedule (ADIS-C)
De ADIS-C (Anxiety Disorders Interview Schedule) is een semi-gestructureerd interview dat kan worden afgenomen door de diagnosticus. Van dit interview is zowel een kindversie als een ouderversie beschikbaar. In het interview zijn hoofdstukken opgenomen over alle angststoornissen, inclusief de dwangstoornissen en de posttraumatische stress stoornis. Daarnaast wordt er uitvoerig aandacht besteed aan schoolweigering, een veel voorkomende complicatie van angststoornissen. Verder zijn er hoofdstukken over affectieve stoornissen, ADHD, de oppositioneel-opstandige gedragsstoornis en de gedragsstoornis. Tenslotte is er een hoofdstuk met screeningsvragen over middelenmisbruik, schizofrenie, selectief mutisme, eetstoornissen en somatoforme stoornissen. Aangeraden wordt om in ieder geval de modules angststoornissen, schoolweigering, OCD en PTSS af te nemen, zowel bij het kind/jeugdige als de ouders. Aan de hand van het interview kunnen volgens de DSM-IV criteria angststoornissen en andere psychische stoornissen geclassificeerd worden Meerdere aspecten van angststoornissen worden nagevraagd. In het interview komen zowel ernst, intensiteit, mate van interferentie met het functioneren, controleerbaarheid en mate van vermijding met betrekking tot de stoornissen en symptomen aan de orde waarover de interviewer op basis van de interviews beoordelingen geeft en de uiteindelijk toe te kennen classificaties bepaald. Onderzoek met de DSM-IV versie van de ADIS-C laat over het algemeen bevredigende interbeoordelaar- en test-hertest betrouwbaarheid zien. Voorwaarde hierbij is dat de interviewer over voldoende kennis van DSM-IV en de behandelde stoornissen bezit.
Het interview kan ook gebruik worden om de effecten van behandelingen te evalueren en te zien of angststoornissen zijn verdwenen of in ernst zijn afgenomen (Siebelink & Treffers, 2001).

Anxiety Severity Interview For Children and Adolescents (ASICA) (Niet bij KJP of NJi)
Deze vragenlijst is ontwikkeld om de ernst en de aard van de symptomen van patiënten met een angststoornis te scoren. Het gaat hierbij om een bang gevoel, om vermijding en om angstige gedachten. In het algemeen hangt de score af van wat de patiënt zegt, de definitieve score is echter gebaseerd op het klinische oordeel van de interviewer. De kenmerken van ieder item worden beoordeeld naar hoe het de week voorafgaand aan het interview is gegaan. De scores moeten per item een gemiddelde over de gehele afgelopen week weergeven. Het is de bedoeling dat deze vragenlijst gebruikt wordt als een semi-gestructureerd interview. De interviewer moet de items in de aangegeven volgorde afnemen en de vragen stellen zoals zij in de vragenlijst staan. De interviewer is echter vrij om meer vragen te stellen om duidelijkheid te krijgen. De ASICA is een bewerking van de CY-BOCS (Children’s Yale-Brown Obsessive Compulsive Scale) (De Haan, e.a., 2009).

Naar boven

DSM gerelateerde vragenlijsten
Spence Children’s Anxiety Scale (SCAS) en Revised Child Anxiety and Depression Scale (RCADS)
De SCAS (Spence Children’s Anxiety Scale) is een zelfrapportage vragenlijst voor kinderen en jeugdigen van circa 8 t/m 18 jaar. Er is ook een genormeerde ouderversie beschikbaar, de SCAS-p. Deze vragenlijst bestaat uit 44 items die gescoord worden op een schaal van 0 tot en met 3. Naast één totaalscore levert de lijst scores op 6 subschalen: paniek/agorafobie, separatieangst, sociale fobie, gegeneraliseerde angst, dwang en angst voor lichamelijke verwonding. De lijst is consistent met de DSM-IV classificatie van angststoornissen, met een algemene angststoornis waarbinnen de specifieke angststoornissen. Uitgebreid onderzoek met zowel de Engelstalige als de Nederlandse versie van de lijst heeft goede psychometrische eigenschappen aangetoond Scholing & Nauta, 1999). Voor meer informatie hierover zie www.scasswebsite.com.
De RCADS (Revised Child Anxiety and Depression Scale) is een bewerking van de SCAS. Deze zelfrapportagelijst van47  items bevat een extra subschaal met symptomen van depressie en bevat extra worry-vragen voor de subschaal gegeneraliseerde angst. De subschaal angst voor lichamelijke verwonding (van de SCAS) wordt weggelaten (Oldehinkel, 2000).

Screen for Child Anxiety Related Emotional Disorders (SCARED-R of SCARED-NL)
De SCARED-NL (Screen for Child Anxiety Related Emotional Disorders) is een vergelijkbare zelfrapportagelijst (correlatie van .89 met de SCAS). Deze lijst is bedoeld voor kinderen en jeugdigen in de leeftijd van 8 tot en met 18 jaar en bestaat uit 66 items die worden gescoord op een 0-2 schaal en die zich richten op symptomen van de gegeneraliseerde angststoornis, separatieangststoornis, paniekstoornis, sociale fobie, schoolfobie, obsessief-compulsieve stoornis, posttraumatische en acute stressstoornis. De SCARED-R is gericht op het maken van classificaties. De SCARED-R is na onderzoek bij zowel een klinische als niet-klinische populatie betrouwbaar en valide gebleken. De vragenlijst is ook geschikt voor het in kaart brengen van behandelingseffecten bij kinderen met angststoornissen. Van de lijst is inmiddels ook een, met name wat betreft sociale fobie , uitgebreidere lijst, de SCARED-71. SCARED-NL is de Nederlandse vertaling van SCARED-R (Muris & Steerneman, 2000;Bodden e.a, 2009).

De Multidimensional Anxiety Scale (MASC)
De MASC (Multidimensional Anxiety Scale) is een screeningsinstrument voor angstproblemen bij kinderen en adolescenten van 8 tot en met 18 jaar. De MASC bestaat uit 39 items verdeeld over vier angstschalen: Fysieke symptomenschaal, Schade vermijdingschaal, Sociale angstschaal en de Separatie-paniekschaal. Deze schalen zijn verder onderverdeeld in een aantal subschalen.
De schaal fysieke symptomen maakt een onderscheid in somatische symptomen en spanningssymptomen. De schade vermijdingschaal bestaat uit: symptomen van perfectionisme en angstige coping symptomen. De sociale angstschaal differentieert tussen angst om voor gek te staan en angst om voor meerdere mensen wat te doen. De separatie-paniekschaal heeft geen subschalen.
Naast een totale angstsscore levert de lijst een indicatie van de mate van zorgvuldigheid waarmee de lijst is ingevuld en een indicatie of aanvullend diagnostisch onderzoek gewenst is omdat het kind lijkt te voldoen aan de criteria van een angststoornis (March, 1997; Utens & Ferdinand, 2000).

Algemene vragenlijsten over angst
Children’s Automatic Thoughts Scale Positive (CATS-p)(Niet bij KJP of NJi))
De Children’s Automatic Thoughts Scale Positive (CATS-p) is een zelfrapportage vragenlijst die negatieve en positieve self-statements meet. De vragenlijst bestaat uit vijf schalen: Fysieke dreiging, Sociale dreiging, Falen, Vijandigheid en Positief . De antwoorden worden gescoord op een schaal van 0=noot tot 4 =altijd (Hoogendoorn e.a., 2006)

Zelfbeoordelingsvragenlijst voor kinderen (ZBV-K) (Wel bij NJi: link naar NJi)
De ZBV-K is een Nederlandstalige bewerking van de State-Trait Anxiety Inventory for Children (STAI-C). De ZBV-K is een meetinstrument bedoeld om angst bij kinderen van 8 tot 15 jaar te meten. Het bestaat uit twee afzonderlijke zelf-beoordelingsvragenlijsten, waarmee twee vormen van angst gemeten kunnen worden: toestandsangst en angstdispositie. De toestandsangstschaal is bedoeld om bij kinderen de mate van angst op een bepaald moment te meten. De angstdispositieschaal is bedoeld om vast te stellen wat de neiging van het kind is om situaties als bedeigend te interpreteren en daar met toestandsangst op te reageren (Bakker e.a., 1989.

Childhood Anxiety Sensitivity Index (CASI)
De CASI (Childhood Anxiety Sensitivity Index) is een vragenlijst met 18 items die zich richt op de geneigdheid om met vrees te reageren op de lichamelijke, mentale en publiekelijk waarneembare symptomen van angst en die dan als bedreigend of catastrofaal te interpreteren. Onderzoek met zowel de oorspronkelijke Amerikaanse lijst als met de Nederlandse bewerking ervan heeft aangetoond dat de lijst een significante meerwaarde heeft wat betreft het voorspellen van angst en vrees. De Nederlandse versie van de CASI blijkt betrouwbaar en valide te zijn (Silverman e.a., 1991; Widenfelt e.a., 2002)

Vragenlijst voor Angst bij Kinderen (VAK)
Voor het kwantificeren van angst bij kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar is er de VAK (Vragenlijst voor Angst bij Kinderen) gepubliceerd in 1995. Van deze zelfrapportage wordt een nieuwe versie verwacht (de VAK 4-12) . Met behulp van deze zelfrapportage-vragenlijst worden door middel van 80 items die situaties en objecten beschrijven die bij kinderen angst kunnen oproepen, systematisch de stimuli in kaart gebracht die geassocieerd zijn met de disfunctionele angst bij het kind. Behalve voor individuele psychodiagnostiek kan de lijst ook worden gebruikt voor het vaststellen van behandelingseffecten en voor wetenschappelijk onderzoek. Er zijn vijf subschalen: falen en kritiek, het onbekende, kleine verwondingen/ kleine dieren, gevaar en dood, angst gerelateerd aan de medische situatie. De totaalscore op de VAK weerspiegelt de algemene geneigdheid van het kind angstig te reageren op een groot aantal situaties en objecten. De prevalentiescore geeft het aantal situaties en objecten aan waarvoor het kind aangeeft "erg bang" te zijn (Vercruysse & Bijttebier 200).

Specifieke vragenlijsten over angst
Social Phobia and Anxiety Inventory for Children (SPA-I)
Een andere vragenlijst, die is gericht op sociale fobie, is de SPA-I (Social Phobia and Anxiety Inventory for Children). Deze lijst bevat 26 items en kan worden afgenomen wanneer men bij een kind of jeugdige een sociale fobie vermoedt. Bij een score boven het "afbreekpunt" dient een klinisch interview verder uit te wijzen of er sprake is van een sociale fobie. De lijst richt op de somatische, cognitieve en gedragsaspecten van sociale fobie. Voor onderzoek is de lijst beschikbaar maar duidelijke normdata zijn op dit moment nog niet voorhanden (Beidel e.a., 1998, Utens, e.a. 2000)

Penn State Worry Questionnaire for Children (PSWQ-C)
De PSWQ-C (Penn State Worry Questionnaire for Children) is een vragenlijst van 14 items die zich richt op de neiging tot piekeren. In de DSM-IV wordt dit als één van de hoofdkenmerken van de gegeneraliseerde angststoornis aangeduid. De kinderen beantwoorden de vragen op een vierpuntsschaal (helemaal waar tot helemaal niet waar). Doordat de lijst kort en snel is af te nemen handig in gebruik, maar normdata zijn op dit moment slechts in beperkte mate voorhanden (Siebelink e.a. 1998).

School Refusal Assessment Scale – Revised (SRAS-R) (SRAS-R-NL)- (Niet bij KJP en Niet bij NJi)
In de diagnostiek bij schoolweigering kan onder andere gebruik worden gemaakt van de Nederlandse bewerking van de School Refusal Assessment Scale – Revised: Vragenlijst Functies van schoolweigering (SRAS-R-NL). De vragenlijst bestaat uit een vragenlijst voor kinderen en uit een lijst voor ouders. Deze vragenlijst meet de relatieve kracht van vier gehypothetiseerde functies van schoolweigering en spijbelen. Zowel de kindversie als de ouder versie bestaat uit 32 items, waarbij op een 6-punt Likert schaal, lopend van 0 (nooit) tot 6 (altijd) wordt gescoord. De SRAS-R-NLbestaat uit de volgende vier subschalen: 1) Het vermijden van schoolgerelateerde stimuli die negatief affect oproepen. 2) Het vermijden van sociale of evaluatieve situaties op school waar men een afkeer van heeft. 3) Het najagen van aandacht van belangrijke anderen. 4) Het najagen van tastbare versterkers buiten de schoolsetting (Heyne, e.a. 2008)

In ontwikkeling
Voor selectief mutisme is een vragenlijst in ontwikkeling.

Voor de diagnostiek van angststoornissen verdient het aanbeveling een combinatie te gebruiken van instrumenten. Een (semi-)gestructureerd klinisch diagnostisch interview (ADIS of ASICA) met minimaal een DSM gerelateerde vragenlijst (SCAS, SCARED, RCADS of MASC).

Naar boven

Literatuur

Achenbach, Becker, Döpfner, Heiervang, Roessner, Steinhausen & Rothenberger (2008). Multicultural assessment of child and adolescent psychopathology with ASEBA and SDQ instruments: research findings, applications, and future directions. Child Psychology and Psychiatry. 49, p. 251-275

Bakker, F.C., Wieringen, P.C.W. van, Ploeg, H.M. van der & Spielberger, C.D.. (1989) Handleiding bij de zelfbeoordelingsvragenlijst voor kinderen. Amsterdam: Pearson Testpublisher

Beidel DC, Turner SM, Morris TL. (1998). SPAI-C. Social Phobia & Anxiety Inventory for Children. Manual. New York: Multi-Health Systems Inc.

Birmaher B, Khetarpal S, Brent D, Cully M, Balach L, Kaufman J, McKenzie Neer S. (1997). The Screen for Child Anxiety Related Emotional Disorders (SCARED): Scale construction and psychometric characteristics. Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry.

Bodden DHM, Bögels SM, Muris P. (2009). The diagnostic utility of the Screen for Child Anxiety Related Emotional Disorders-71 (SCARED-71). Behaviour Research and Therapy.

Chorpita BF, Moffitt CE, Gray J. (2005). Psychometric properties of the revised child anxiety and depression scale in a clinical sample. Behaviour Research and Therapy.

Chorpita BF, Yim L, Moffitt C, Umemoto LA, Francis SE (2000) Assessment of symptoms of DSM-IV anxiety and depression in children: a revised child anxiety and depression scale. Behaviour Research and Therapy.

Goedhart, A., Treffers, F. & Widenfelt, B., (2003). Vragen naar psychische problemen bij kinderen en adolescenten: de Strengths and Difficulties Questionnaire. Maandblad Geestelijke Volksgezondheid. 58, p. 1018-1035

Goodman, R. (1997). The Strengths and Difficulties Questionnaire: A research note. The Journal of Child Psychology and Psychiatry, 38, 581-586.

Haan, E. de, Hogendoorn, S.M., Prins, P.J.M., Vervoort, L. ,Wolters, L. (2009) Anxiety Severity Interview For Children and Adolescents (ASICA)

Heyne, D.A, Vreeke, L., & Maric, M. (2008) School Refusal Assessment Scale-Revised (kindversie) Nederlandse vertaling en bewerking Leiden: Universiteit Leiden

Heyne, D.A, Vreeke, L., & Maric, M. (2008) School Refusal Assessment Scale-Revised (ouderversie) Nederlandse vertaling en bewerking Leiden: Universiteit Leiden

Hogendoorn S.M., Wolters, L.H., Vervoort, L. Prins, P.J.M. , Boer, F. ,Kooij R, Haan, E. de (2006) De Children’s Automatic Thoughts Scale Positive (CATS-p). AMC / de Bascule en de Universiteit van Amsterdam, Nederland.

March, J.S. (1997). MASC- The Multidimensional Anxiety Scale for Children. Multi-Health Systems Inc.

Muris P, Steerneman P. (2001). The revised version of the Screen for Child Anxiety Related Emotional Disorders (SCARED-R): first evidence for its reliability in a clinical sample. The British Psychological Society.

Muris P, Meesters C, Gobel M. (2001). Reliability, validity, and normative data of the Penn State Worry Questionnaire in 8-12-yr-old children. Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry.

Ollendick TH. (1983). Reliability and validity of the Revised Fear Survey Schedule for Children (FSSC-R). Behaviour Research and Therapy.

Oldehinkel AJ. (2000). Nederlandse vertaling van de Revised Child Anxiety and Depression Scale (RCADS). [Dutch translation of the Revised Child Anxiety and Depression Scale]. Groningen: Department of Psychiatrie (RUG)

Oosterlaan J, Prins PJM, Hartman CA, Sergeant JA. (1995). Vragenlijst voor Angst bij Kinderen. Handleiding. Lisse: Swets Test Services.

Oosterlaan, Prins, Hartman, Sergeant (1995/2008). Handleiding VAK. Lisse: Swets & Zeitlinger.

Reynolds, C. R., & Richmond, B. O. (1978). "What I Think and Feel": A revised measure of children’s manifest anxiety. Journal of Abnormal Child Psychology, 6, 271-280.

Scholing A, Nauta MH, Spence SH. (1999). Spence Children´s Anxiety scale (Dutch Translation of Child Version. Amsterdam: University of Amsterdam.

Scholing A, Nauta MH, Spence SH. (1999b). Spence Children´s Anxiety scale (Dutch Translation of Parent Version. Amsterdam: University of Amsterdam.

Siebelink BM, Treffers Ph. DA. (2001). Nederlandse bewerking van het Anxiety Disorder Interview Schedule for DSM-IV: Child version van W.K. Silverman en A.M. Albano. Lisse / Amsterdam: Swets & Zeitlinger.

Siebelink BM, Treffers Ph. DA, van Widenfelt BM. (1998). Nederlandse vertaling van de PSWQ-C (PSWQ-K). Oestgeest: Curium.

Silverman WK, Albano AM. (1996). Anxiety Disorders Interview Schedule for DSM-IV Child Version, Child Interview Schedule. San Antonio. The Psychological Corporation.

Silverman WK, Fleissig W, Rabian B, Peterson RA. (1991). Childhood Anxiety Sensitivity Index. Journal of Clinical Child Psychology.

Spence, S. H. (1997). Structure of anxiety symptoms among children: a confirmatory factor-analytic study. Journal of Abnormal Psychology, 106, 280-297.

Spence SH. (1999). Spence Children´s Anxiety Scale- Parent Version. Brisbane, QLD, Australia: University of Queensland.

Utens EMWJ, Ferdinand RF. (2000). Nederlandse vertaling van de MASC (MASC-NL). Rotterdam: AZR-Sophia/Erasmus Universiteit.

Utens EMWJ, Ferdinand RF, Bögels SM. (2000). Nederlandse vertaling van de SPAI-C (SPAI-C NL). Rotterdam: AZR-Sophia / Erasmus Universiteit.

Vercruysse T, Bijttebier P. (2000). De Vragenlijst voor Angst bij Kinderen doorgelicht. Tijdschrift Klinische Psychologie.

Verhulst, F.C., Ende, J. van der & Koot, H.M. (1997). Handleiding voor de Youth Self-Report (YSR). Rotterdam: Sophia Kinderziekenhuis, Erasmus MC

Verhulst, Van der Ende & Koot (1996). Handleiding voor de CBCL/4-18. Rotterdam: Sophia Kinderziekenhuis, Erasmus MC

Voor een uitgebreide beschrijving van de CBCL door het NJi klik hier

Widenfelt BM van, Siebelink BM, Goedhart AW, Treffers Ph. DA. (2002). The Dutch Childhood Anxiety Sensitivity Index: Psychometric properties and factor structure. Journal of Clinical Child Psychology.

Naar boven

 

Mail uw kennis

Deel de informatie op deze pagina met een ander door onderstaande velden in te vullen:
Naam afzender:
E-mail afzender:
Naam ontvanger:
E-mail ontvanger: